Interview Tom Bergs

Gepubliceerd op

Interview Tom Bergs

Als kind was auteur Tom Bergs al fan van politiethrillers en –romans. Ook begon hij al vroeg met het schrijven van verhalen. Zijn schrijversdebuut ligt in de kinderverhalen, maar nu is er dan eindelijk zijn eigen politieroman: Dubbelleven. Daar wilden wij uiteraard graag meer over weten, dus tijd om eens nader kennis te maken met deze Vlaamse auteur.

Wie is Tom Bergs, de schrijver achter Dubbelleven?
Ik ben een bijna 28-jarige man die al bijna zijn hele leven in het Vlaams-Brabantse Haacht (België) woont. Niet toevallig de regio waar ook Dubbelleven zich afspeelt. In het dagelijks leven ben ik werkzaam als administratief bediende bij de Lokale Politie van Zaventem. Daarbuiten ben ik in mijn vrije tijd actief als medewerker bij een voetbalclub en heb ik mij sinds kort eveneens toegelegd op het schrijven. Eerder verschenen al twee kortverhalen voor de jeugd en vanaf nu is er met Dubbelleven dus ook mijn politieroman voor volwassenen.

Dubbelleven is je eerste boek, hoe ben je er toe gekomen om het te gaan schrijven?
Voor de eerste echte krijtlijnen moet ik eigenlijk terugkeren naar mijn veertiende of vijftiende. Gezien ik zelf veel politiethrillers las, was dat iets wat mij enorm intrigeerde. Tijdens de examenperiodes moesten we ons na het indienen van de examens in stilte bezig houden. Veel leerlingen gebruikten die tijd om al te studeren voor het vak van de dag nadien, maar ik niet. Ik nam pen en papier en begon met het schrijven van een eigen politiethriller. Voor alle duidelijkheid, als je dat vandaag de dag bekijkt kloppen er heel wat dingen niet inzake wettelijkheid, maar het was mijn allereerste schrijfwerk. Jammer genoeg heb ik die verhalen na al die jaren niet meer. Toen ik in februari 2010 met een collega een gesprek had over misdaadverhalen, moedigde ze mij aan om er opnieuw mee te beginnen. Ik dacht eerst dat het me niet zou lukken, maar kijk, vijf jaar en een half later ligt hij in de winkelrekken. Leuk weetje nog. Hoewel de verhalen die ik tijdens mijn schooltijd schreef zich afspeelden in het fictieve plaatsje Hatsel en dus niet in Haacht, ben ik toch trouw gebleven aan een aantal hoofdpersonen die ook in Dubbelleven hun plaats hebben gekregen: hoofdinspecteur Louis Fransen, inspecteur Johan Pieters en wetsdokter Ludovic Van Hove.

Je werkt zelf bij de Lokale Politie, heeft dat invloed gehad op het schrijven van je boek?
Zoals daarnet gezegd was het op aanraden van een collega dat ik er opnieuw mee begonnen ben. Al moet ik zeggen dat het niet echt een zekere invloed heeft gehad, maar het wel een enorm voordeel was om zelf bij de politie te werken. Zo kreeg ik van een bepaalde collega meteen uitleg over de verschillende soorten wapens die er zijn en waren andere collega’s meteen bereid het na te lezen op wettelijke juistheid. Zo merkte ik bijvoorbeeld dat ik heel vaak wel de juiste handelingen liet uitvoeren door mijn rechercheteam, maar wel telkens mijn onderzoeksrechter vergat te verwittigen. En dat zijn dan weer procedurefouten. Ook op dat gebied moet zo’n boek in orde zijn.

Is Dubbelleven gebaseerd op je eigen ervaringen, is het volledig non fictie of heb je het verhaal aangevuld met fictieve fragmenten?
Neen, er zijn geen eigen ervaringen aan te pas gekomen. Honderd procent fictie dus. Al kunnen mijn vrienden en collega’s links en rechts uiteraard wel een aantal verwijzingen tegenkomen uit mijn eigen leven. Zo gaat Johan in het allerlaatste hoofdstuk iets drinken in taverne Mussepot in Peulis. Wat meteen ook mijn eigen stamkroeg is.

Werd je al schrijvend een bepaalde richting in geduwd of had je voordat je begon al een duidelijke opzet in je hoofd?
Net zoals dat destijds het geval was toen ik mijn verhalen op de schoolbanken schreef, begon ook Dubbelleven gewoon met pen en papier. Ik zat op de trein van Haacht naar Antwerpen, op weg naar een optreden van Nick en Simon overigens en begon wat te schrijven. Een moord op studente Ines Vos. Ik schreef het een en ander op en bekeek ’s anderendaags wat ik geschreven had. Daaruit is dan het verhaal voortgevloeid. Ik had op voorhand dus geen echt plan voor ogen, maar eens het ruwe verhaal er stond kreeg ik de hulp van misdaadauteur Rudy Soetewey (winnaar van de Knack Hercule Poirotprijs en de Diamanten Kogel) en de mensen van zijn uitgeverij. Zij leerden mij hoe ik een schema moest opstellen. Vanaf toen begon het verhaal een boek te worden.

Dubbelleven is nu een feit, vond je het spannend toen het voor iedereen te lezen was?
Zeker en vast. Een wijze man zei mij ooit “Een schrijver wil gelezen worden” en dat klopt ook. Ik ben er nooit aan begonnen om bekendheid te verwerven. Mijn doel is vooral om mensen een aangename leestijd te bezorgen. Als lezers het boek nadien met een goed gevoel wegleggen, is mijn opzet geslaagd.

Heb je al reacties gehad op je boek, bijvoorbeeld van mensen die zich in je boek herkenden?
Sommige personages of karaktereigenschappen zijn inderdaad gebaseerd op mensen die ik ken, dat klopt. Maar of die mensen zich ook meteen in het boek zullen terugvinden, dat weet ik niet. De reacties die ik kreeg van vrienden en kennissen die het hadden proefgelezen waren allemaal zeer positief. Enerzijds is dat leuk en streelt het je ego. Anderzijds mag je niet vergeten dat er nog steeds een groot verschil is tussen lezers die je persoonlijk kent en anderen. Mensen die je persoonlijk kent zijn vlugger geneigd om met complimenten te zwaaien, uit vriendelijkheid of dergelijke. Ik hoop dat ik met Dubbelleven ook de andere groep lezers kan overtuigen van mijn kwaliteiten.

Waar kies je voor als lezer zijnde, ga je dan ook voor een politieroman of kies je dan juist voor iets uit een ander genre?
Ik ben al jaren een fervent lezer van politieromans. Vroeger las ik twee auteurs: Pieter Aspe en Appie Baantjer. Die laatste is natuurlijk zeer bekend in Nederland en ik volgende de avonturen van De Cock en Vledder als geen ander. Zowel in de boekenreeks als op televisie. Tegenwoordig heb ik de verhalen van Baantjer links laten liggen en blijf ik trouw aan de boeken van Aspe. Ik heb alle 36 Van In’s gelezen en in mijn bezit. Sinds enkele maanden volg ik ook de Rani Diaz-reeks van Sterre Carron.

Ben je naast het schrijven nog actief met andere bezigheden en kun je ons hierover iets vertellen?
In mijn vrije tijd ben ik actief als communicatief medewerker bij de voetbalclub Oud-Heverlee Leuven. Dat is een club die in de hoogste afdeling van het Belgisch voetbal speelt. Ik schrijf er mee de artikels voor de website en neem er links en rechts ook enkele foto’s voor. Dat doe ik puur op vrijwillige basis. Ik verdien er dan ook geen cent mee. Ook voor de voetbalwebsite Nr10.be ben ik actief en dat eveneens als vrijwilliger. Maar buiten die bezigheden ben ik ook iemand die zich enorm kan amuseren door gewoon een goed glas te gaan drinken met vrienden, dat is minstens zo belangrijk.

Tot slot, wat kunnen wij van jou in de toekomst nog meer verwachten, wellicht nog een boek?
Als je het over volwassenenverhalen hebt, dan kan ik inderdaad zeggen dat de eerste aantekeningen voor een eventuele opvolger al op papier staan. Ik zeg ook een ‘eventuele opvolger’ omdat ik vooral de reacties van het publiek wil afwachten. Indien er vraag is naar een opvolger, dan schrijf ik die met veel plezier. Ik kan als schrijver alleszins nog wel een aantal cases bedenken die Johan, Sophie en hun collega’s kunnen onderzoeken. Voorts ben ik ook bezig met het schrijven van jeugdverhalen. Vorig jaar kwam het eerste kortverhaal uit in het Junior Monsterboek 3 en dit jaar verschijnt er eveneens eentje in het Junior Monsterboek 4. In beide boeken schreef ik de twee kortverhalen samen met Kris van der Sande. In november verschijnt er een sinterklaasbundel bij mijn uitgeverij Mira Loves Books. Ook daar schreef ik, weliswaar alleen, een kortverhaal voor. Samen met Kris heb ik echter wel het idee opgevat om tegen eind volgend jaar een volledig jeugdboek klaar te hebben. Ik weet de komende tijd dus nog wel wat te doen.

Kijk voor meer informatie over Tom Bergs en zijn werk op zijn website of op zijn Facebookpagina

Geschreven door

Contact Info

2 thoughts on “Interview Tom Bergs

    Christine Bols said:
    17 september 2015 at 11:37

    Ik ken Tom persoonlijk. Die man komt er wel. Zonder twijfel.

      Tom Bergs said:
      21 oktober 2015 at 19:27

      Bedankt voor het compliment, Christine 😉 Als ik ooit zo goed wordt als jou, laat ik het je zeker weten 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.