Interview Kevin Valgaeren

Gepubliceerd op

kevin-valgaeren

Kevin Valgaeren (°1979) groeide op in Turnhout. In het verleden was hij actief als theatermaker en als filmjournalist voor onder andere Film & Televisie + Video (Filmmagie). Hij studeerde de Nederlandse en Engelse Taal- en Letterkunde aan de KU Leuven en specialiseerde er zich in de Westerse Literatuur en de Editiewetenschap.
Reeds op jonge leeftijd was Kevin Valgaeren gefascineerd door literatuur en film. Zijn stokpaardjes zijn ongetwijfeld de Nederlandse en Engelse literatuur uit de negentiende eeuw. Maar zijn grote passie is vooral het lezen, schrijven en onderzoeken van griezelliteratuur. Met De Ziener, zijn eerste roman, probeerde de auteur een brug te bouwen tussen de Angelsaksische traditie van de gothic novel en het gebrek aan zo’n traditie in België en Nederland. Het boek werd in 2011 uitgegeven door Kramat en bleek een succes te zijn. De Ziener werd ondertussen driemaal herdrukt en won de Schaduwprijs 2012 voor beste spannende debuut in de Nederlandse taal. In Bloedlijn gaat Valgaeren nog verder en brengt hij de gothic definitief naar de Lage Landen. Momenteel werkt hij aan zijn derde thriller.
Kevin Valgaeren werkt het liefst in de beslotenheid van zijn bibliotheek met een van zijn vulpennen in de ene hand en een pijp in de andere. Hij woont in Leuven. Bezeten Boeken was zeer benieuwd naar Kevin en besloot hem enkele vragen voor te leggen.Ik heb ooit eens, in een eerder interview, mijn befaamde vraag gesteld hoe je jezelf zou omschrijven als je een vriend van jezelf was. Deze vraag bespaar ik je dit keer, maar zou jij jezelf wel aan de lezers voor willen stellen?
Meteen een gewaagde vraag! Ik ben Kevin Valgaeren, geboren en getogen in het Belgische Turnhout, thans wonende in Leuven. Ik ben de schrijver van ‘De Ziener’, ‘Bloedlijn’ en een derde roman waar momenteel nog hard aan wordt gewerkt. Als ik niet schrijf dan ben ik wel aan het lezen of op een andere manier met boeken bezig. Als ontspanning durf ik ook graag een film te bekijken. Ik probeer een gemoedelijk persoon te zijn die zichzelf niet al te serieus neemt, maar zijn werk wel. Een gesprek met mij is ofwel ernstig ofwel wordt er gelachen. Het liefst gaat het niet over koetjes en kalfjes. Ik hecht veel waarde aan oprechtheid, eerlijkheid, de romantische idealen, een wijs gebruik van kennis en bescheidenheid. En uiteraard aan boeken, boeken en nog eens boeken.
De Ziener en Bloedlijn zijn beiden door veel lezers verslonden. Waar gaat je derde roman over of wil je dit nog niet vertellen?
Ik kan in primeur wel een tipje van de sluier oplichten. Het derde boek wordt geen vervolg op ‘Bloedlijn’, hoewel dat vervolg er zeker nog komt, maar speelt zich af in het Londen van de jaren zeventig van de negentiende eeuw. Het is geïnspireerd op historische feiten en het gaat over een wetenschapper die gevraagd wordt om een onderzoek te voeren naar de waarachtigheid van het spiritualisme, maar het dient niet gezegd te worden dat tijdens de experimenten het een en ander misloopt. Het boek zou de lezer mee moeten nemen naar de seances uit de negentiende eeuw en naar de intriges van de jonge deernen die zulke samenkomsten organiseerden.
Interessant! Wat is jouw eigen visie ten opzichte van spiritualisme?
Ik ben er zelf nog niet mee in aanraking gekomen, dus ik kan hooguit zeggen dat ik de kans dat er iets van aan is, open laat. Ik kan me echter niet herinneren dat ik er ooit niet door gefascineerd ben geweest: de ceremonie, het duistere en mysterieuze sfeertje, en vooral, wat mensen er toe aanzet om er blindelings in te geloven. Mijn ogen werden geopend tijdens de research voor het boek waar ik nu aan werk. Het spiritualisme werd in de jaren zestig van de negentiende eeuw razend populair. Dat had vooral te maken met de introductie van Darwins evolutieleer, die het religieuze denken in de Angelsaksische wereld grondig door elkaar schudde. Het spiritualisme is feitelijk niet veel meer dan een poging om tastbaar (wetenschappelijk) bewijs te vinden voor het bestaan van het hiernamaals, ergo voor het bestaan van God.
Er werd destijds op grote schaal fraude gepleegd tijdens spiritualistische cirkels; materialisaties van overledenen of tekenen van gene zijde waren meestal niet meer dan slimme illusies die vandaag gemakkelijk te doorprikken zouden zijn. Daarvoor hoef je slechts een blik te werpen op een van de vele foto’s die toen van mediums en hun fantomen werden gemaakt. Mijn vraag is dan: hoe komt het dat zoveel mensen – van Jan met de pet tot wereldberoemde geleerden – geloofden in de gave van die mediums. Die mediums waren trouwens zelden lugubere oude wijven die mee aan tafel zaten en in trance communiceerden met de doden. Meestal waren de mediums van toen erg jonge tienermeisjes die men opsloot en vastbond in afgesloten ruimtes, waarna er een geest werd gemanifesteerd – niet toevallig een erg op het medium gelijkend jong meisje – die rond de kamer wandelde en zich er niet voor schroomde om op de schoot van de mannelijke gasten te gaan zitten. Er valt iets voor te zeggen dat veel seances uit de negentiende eeuw ook nog een ander, minder spiritualistisch doel hadden, als je begrijpt wat ik bedoel. Razend interessant vind ik dat!
Spiritualisme is vandaag de dag nog steeds aan de orde, maar dan in een heel andere vorm. Wat is volgens jou de reden dat mensen nog steeds in mediums geloven?
Het spiritualisme is inderdaad niet meer wat het is geweest, hoewel er 150 jaar geleden ook al diverse varianten bestonden. De reden waarom mensen nog steeds in mediums geloven, is dezelfde waarom mensen vandaag in een God — het speelt geen rol welke — geloven of heil zoeken in een andere spirituele strekking. Het is wat men in de filosofie de ‘condition humaine’ noemt. Iedereen is op zoek naar zingeving; met andere woorden, iedereen probeert zin aan zijn of haar leven te geven op probeert de zin van het leven tout court te duiden. Vroeger was dat heel eenvoudig, maar dan spreek ik van voor de Verlichting. Vroeger was er God en die stond niet ter discussie. Het leven van een mens stond ten dienste van God, en daarmee was de kous af en meer was er niet nodig. Alles werd op die manier verklaard en het leven van ieder individu had op een of andere manier wel zin. Sinds de secularisatie en de verwetenschappelijkte samenleving, is die God verre van een vaststaand feit, maar dat neemt niet weg dat onze behoefte aan zingeving verdwenen is. Integendeel. Niet iedereen gelooft nog in een God, maar allen zijn we op zoek naar datgene wat ons bestaan relevant maakt. De een vindt dat in de natuur, de ander in het spiritualisme, nog iemand in het boeddhisme, weer iemand anders voelt zich aangesproken door de metafysica. Ik zeg maar wat, er zijn honderden strekkingen die de mens vandaag kan aanspreken om over zichzelf na te denken. Het spiritualisme is slechts één van de mogelijkheden. Maar volgens mij heeft het dus allemaal met zingeving te maken.
Wat geeft jou zingeving tijdens het schrijven?
Het is vooral het schrijven op zich waar ik mijn zingeving in vind. Ik ben ervan overtuigd dat schrijven, naast het geven van liefde en het gevoel dat mijn ondergeschikte positie in de natuur me geeft, een van de belangrijkste aspecten is die mijn bestaan betekenis geven – hoe klein dat aspect in ‘the bigger scheme of things’ ook mag zijn. Ik ben geen sociaal beest en geen meester in de mondelinge communicatie, maar schrijven is mijn manier om de lezers van dienst te zijn door ze mee te nemen naar een wereld die hen iets kan bijleren, die ik met hen kan delen en, vooral, die hen een fijne tijd bezorgt. Wat zit er voor mij in? De voldoening die ik krijg van het spelen met taal, personages en verhaal; de creatieve uitlaatklep die ik nodig heb om niet knettergek te worden. Maar ook, zoals Shakespeare ooit zei, maar dan met veel mooiere woorden: wie schrijft blijft verder bestaan in zijn geschriften en gaat daarom altijd een klein beetje minder dood.
Geef jij personages een aspect van jezelf mee of duik je tijdelijk in iemand zijn of haar hoofd?
Sommige personages geef ik iets mee van mezelf, anderen heel veel, sommigen komen simpelweg uit het niets opdagen. Omdat iemand ooit gezegd heeft dat je over datgene moet schrijven wat je kent, speel ik graag met elementen van mezelf in de personages, zonder dat die personages mij voorstellen, want dat zou niet interessant genoeg zijn. Trust me! Een voorbeeld uit ‘Bloedlijn’. David Mayfair is het minst afgelijnde personage en kan het meest worden ingevuld door de lezer, maar enkele trekjes, zoals de manier waarop hij zich kleedt, zijn aversie voor warm weer, en zijn liefde voor het geschreven woord zijn dingen die je bij mij ook wel terugvindt. Werner Van Lissum heeft dan weer mijn neurotische trekken meegekregen, hoewel ze dramatisch werden uitvergroot. En Sterre deelt onder andere mijn passie voor de vulpen. Het zijn maar kleine dingetjes, en er zijn uiteraard nog meer en belangrijker aspecten, maar die laat ik liever in het ongewisse. Bovendien inspireer ik mij natuurlijk ook op mensen uit mijn omgeving; een factor die minstens even belangrijk is in het laten groeien van de personages.
Geloof jij dat een auteur moet beschikken over een zekere vorm van empathie?
Mmm, stevig vraagje. Hihi. Ik kan natuurlijk moeilijk voor andere auteurs spreken, maar ikzelf heb van mijn ouders een grote dosis empathie meegekregen. Dat wil zeggen dat ik de neiging heb om me sterk in te leven in de mens rondom mij. Ik maak bijvoorbeeld zelden ruzie, omdat ik me eerst probeer voor te stellen hoe ik mij in de situatie van de ander zou voelen. Dat heeft voordelen en ook nadelen. Die empathische drang is enerzijds bijzonder vermoeiend voor mij, waardoor ik sociale gebeurtenissen zoveel mogelijk probeer te vermijden. Ik durf zelfs te bekennen dat ik soms wegloop van mensen met ernstige problemen, om de eenvoudige reden dat mijn inlevingsvermogen het op dat moment te zwaar maakt voor mij. Vrienden en kennissen vinden het niet altijd prettig dat ik moeilijk uit mijn huis te lokken ben, maar ze weten ook dat het niet aan hen ligt maar aan mij. Die empathie gebruik ik anderzijds natuurlijk wel om de personages op papier tot leven te wekken. Omdat ze niet echt zijn, vind ik dat op een of andere manier helemaal niet vermoeiend. Integendeel. Schrijven is op die manier een beetje zoals acteren: jezelf inleven in een rol… tot het personage zichzelf gaat schrijven. In veel schrijversinterviews kwam ik dat regelmatig tegen: op een bepaald moment gaan de personages zichzelf schrijven en heb je als auteur nog weinig in de pap te brokken. Ik heb dat altijd een vreemde stelling gevonden, maar na twee boeken moet ik zeggen dat die haast magische gebeurtenis écht wel bestaat, zeker als je geen plotgedreven verhalen schrijft. Als de plot primeert op de vertolkers, krijg je de zogenaamde bordkartonnen personages. Voor mij zijn het echter de personages die de plot vertellen, en op die manier laat ik mij als schrijver ook vaak verrassen door die wezens die ik op papier verzonnen heb. Het is misschien wel de belangrijkste les geweest die ik van de grootmeester-verteller Stephen King heb geleerd: het personage komt op de eerste plaats, daarna volgt de plot. En volgens mij heb je daarvoor wel een groot inlevingsvermogen nodig, wat natuurlijk niet per se wil zeggen dat er ook sprake is van sympathie, want dat is iets anders.
Grappig dat je dat helemaal bij hebt moeten stellen. Zijn er bepaalde zaken waar jij als auteur wel eens tegenaan loopt?
Als je bedoelt dat ik soms als auteur wel eens in de problemen kom, dan moet ik zeggen dat dat al bij al wel meevalt. Het begin van elke roman is een erg intens gevecht omdat je, zoals ik daarnet zei, de personages zo snel mogelijk zelf wil laten spreken, maar dat is een proces dat je helaas moeilijk kan forceren. Het is zoeken, proberen, worstelen, et cetera. Af en toe moet er iets herschreven, maar ik heb nog nooit écht vastgezeten met iets. Meestal weet ik halverwege de eerste versie hoe het verhaal gaat eindigen, waar de personages naartoe willen gaan, en dan verloopt het als vanzelf… min of meer. Ik heb soms wel problemen om mij aan de schrijftafel te zetten, en er is veel twijfel en onzekerheid, wat vooral te maken heeft met het feit dat een roman schrijven een enorme opdracht van lange adem is. Maar ik kan je wel zeggen dat de moeite uiteindelijk loont. Ik beschik van nature niet over veel zelfdiscipline, behalve dan als het op schrijven aankomt.
Heb jij bepaalde hulpmiddelen die je helpen bij het schrijven van een verhaal?
Buiten de chaos in mijn hoofd en een bibliotheek waar ik deftig in kan researchen, heb ik het notitieschrift: daarin komen losse gedachten, interessante dingen die ik onderweg tegenkom, en uiteraard staan daar alle schetsen in van de personages en de hoofdstukken. Voor ik begin te schrijven, schets ik de eerste helft van het verhaal in hoofdstukken. Verder ga ik niet, omdat het verhaal en de personages tegen dan een eigen leven zijn gaan leiden, waardoor het geen zin heeft om op voorhand verder te plotten. De eerste twee boeken heb ik met de hand geschreven, maar nu maak ik gebruik van een uitstekend softwareprogramma dat speciaal is gemaakt voor het zo gestructureerd mogelijk werken aan lange teksten. Een ander belangrijk hulpmiddel is de hoofdtelefoon die ik gebruik om mij van de omgeving af te sluiten en waardoor ik zachtjes klassieke of filmmuziek laat klinken. Het roken van een flinke pijp zo af en toe werkt ook bevorderlijk voor het schrijfproces.
Wat zou jij tegen de lezers willen zeggen die jou boeken nog niet gelezen hebben?
Ah, ik zou eerst en vooral ‘goeiedag’ tegen hen willen zeggen. En als ze op zoek zijn naar goede thrillers waarin passie, liefde en het bovennatuurlijke geserveerd worden op een bedje van historische waarheden, dat ze dan altijd welkom zijn om ‘De Ziener’ en ‘Bloedlijn’ ter hand te nemen. Ik schrijf geen boeken met de intentie dat ze goed zullen verkopen of veel ophef zullen maken, maar ik schrijf boeken die ik ze ook graag zou willen lezen. De boeken waarvan ik hou, hebben vaak een duister kantje, doen je nadenken over de dingen des levens, en soms steek je er ook iets van op. Maar bovenal slagen ze erin om dat gevoel dat je als kind had — het volledig opgeslorpt worden door een verhaal, het cliché ‘in een hoekje met een boekje’, om weg te kunnen vluchten van alles — weer op te roepen. Ik hoop ten zeerste dat mijn boeken dit bij sommige lezers kunnen bewerkstelligen, want dan is mijn wens vervuld, mijn taak volbracht.

Geschreven door

Contact Info

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *