Interview Rudy Soetewey

Gepubliceerd op

 

stacks_image_7

Rudy Soetewey is geboren in 1955 en woont al meer dan twintig jaar in Edegem.
Hij is afgestudeerd als regent aardrijkskunde-wetenschappen aan de rijksnormaalschool van Lier in 1976.
Zijn eerste boek (Bedrieglijke eenvoud) publiceerde hij bij uitgever Manteau in 1992. Inmiddels heeft Rudy zeven boeken en acht toneelstukken gepubliceerd. ‘Inbraak’, werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs 2001, de Schaduwprijs 2002, en De Gouden strop 2002. ‘Moord’, werd gepubliceerd in 2007, en werd genomineerd voor de Gouden Strop 2007 en voor de Hercule Poirotprijs 2007. ‘Vrienden’, gepubliceerd in 2009, en werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs 2009. ‘Getuigen’ werd gepubliceerd in 2011, werd genomineerd voor De Diamanten Kogel 2011 en won de Hercule Poirotprijs 2011. Hoog tijd om deze bijzondere verhalenverteller een aantal vragen voor te leggen.Hoe zou jij Rudy omschrijven als je een vriend van hem was?
Dat is wel een zeer moeilijke vraag. Hoe je een ander ziet, hangt deels altijd af van ‘door welke bril’ je kijkt, wie je zelf bent met andere woorden.
Creatief, impulsief, uitgesproken voorkeur voor absurde humor (grote fan van Monty Python, en echt al mijn vrienden weten dat), vrijgevig, levensgenieter, loyaal.
Cynisch, soms zwartgallig, vaak te weinig genuanceerd, soms bitter/verbitterd, soms achterdochtig (weinig vertrouwen in de mens als soort), soms vermoeiend.
Wat mij opviel is dat veel lezers jouw boek Getuigen in hun top tien hebben staan van beste boeken. Zelf was ik er ook zeer van onder de indruk. Ben je zelf ooit ergens getuige van geweest dat jij je zo goed kon inleven in het verhaal?
Niet zo meteen van iets echt spectaculair, eigenlijk. Ik heb wel eens een auto die voor me reed, om een voor mij op dat ogenblik onverklaarbare reden (achteraf bleek het om een hartaanval van de chauffeur te gaan) van de baan zien geraken en op z’n dak tegen een boom zien knallen, maar toen was Getuigen al gepubliceerd.
Nadat ik de eerste 100 bladzijden van Getuigen al had geschreven, heb ik wel eens ’s avonds, op een haast lege trein, drie jongelui met een mes in het namaakleer van hun zitplaats horen kerven, waarbij ik me zeer goed bewust was van het feit dat ik de enige andere passagier was in het rijtuig. En ja, ik was best wel blij de trein te kunnen verlaten. Maar nog eens, dat was nadàt ik de eerste scènes al had geschreven. Je kunt je voorstellen welk een akelig gevoel dat er dan nog eens aan toevoegde. Bijna fantasy: je schrijft iets, en dat gebeurt dan daarna bijna letterlijk.
Wat het inleven betreft: misschien komt dit gewoon omdat het hoofdpersonage iemand is van goed wil, en iemand die een geweten heeft. Ik denk dat de overgrote meerderheid van de mensen fundamenteel zo is. Vandaar ook de grote herkenbaarheid, vermoed ik.
Je noemt het goede in de mens. Dat valt mij op in je werk. Je schrijft over nare gebeurtenissen en soms ook over het slechte in de mens, maar je houdt de verhalen altijd menselijk. Is het voor jou belangrijk om dit te doen en je boeken op deze wijze zo realistisch mogelijk over te laten komen?
Ik probeer altijd een verhaal te schrijven ‘dat ergens over gaat’. Ik bedoel daarmee dat ik altijd probeer om de eigenlijke plot in te bedden in een context die relevant is of kan zijn voor een individuele lezer. Ik ben er bijvoorbeeld van overtuigd dat de meeste ‘helden’ dit worden tegen wil en dank, omdat ze niet anders meer kunnen. Omdat ze gewoon niet meer kùnnen vluchten, met de rug tegen de muur staan, en oordelen dat ze dan net zo goed strijdend ten onder kunnen gaan. En dat laatste dan overleven.
In zekere zin is dat een thema in Getuigen. Het hoofdpersonage is alles behalve een superman – maar dat maakt hem herkenbaar. Hoop ik dan maar.
Ik heb vaak het gevoel dat zo’n exotische thriller met waanzinnige scènes en heftige personages naast spanning ook een gevoel van veiligheid creëert bij de lezer – dat de wetenschap dat dit echt wel fictie is en dus in het echte leven niet kan gebeuren, ervoor zorgt dat het niet als bedreigend overkomt. Wel spannend, niet bedreigend. Ik probeer iets dichter op de huid van de lezer te geraken – het gevoel op te roepen dat het wel eens echt zou kunnen gebeuren.
Voor alle duidelijkheid: dit gaat niet over goede en minder goede boeken of verhalen. Elk genre is evenwaardig voor mij. Er zijn evenveel genres als er voorkeuren zijn, en maar goed ook. En zo heb ik dus ook mijn voorkeur.
Wat trekt jou zo aan in thrillers?
Een moeilijke vraag, omdat daar eigenlijk een heel genuanceerd antwoord nodig is, om min of meer volledig te kunnen zijn.
Zo direct denk ik eigenlijk dat het mij vooral om ‘het verhaal’ gaat. Dat interesseerde mij eigenlijk al op heel jonge leeftijd, en dat doet het nog steeds. Ik hou ook nog steeds erg van goed vertélde verhalen. Verrast worden door een onvoorziene wending, die je eigenlijk had kunnen zien aankomen maar die je toch gemist hebt; die zeurende vraag naar het ‘waarom’ van iets, waarbij je een verklaring zoekt en niet kunt vinden, en je wéét dat je het verhaal helemaal zult moeten horen of lezen; de momenten waarop je zo in de ban bent van het verhaal, dat je letterlijk vergeet waar je bent – wat natuurlijk geldt voor elk ‘goed’ boek, elke ‘goede’ film, elk ‘goed’ verteld verhaal.
Je ziet trouwens alsmaar meer non-fiction geschreven worden als ‘verhaal’, waarbij auteurs verbanden leggen die het geheel bijvoorbeeld spannender maken, zonder afbreuk te doen aan realiteit die wordt beschreven.
Is dat ook de reden dat je bent gaan schrijven? Want naar mijn persoonlijke mening ben jij een meester in het vertellen van verhalen.
You’re too kind. 🙂
Ik vermoed van wel. Gecombineerd met het voorbeeld dat mijn vader me heeft voorgehouden als jong kind.
Zijn grote passie was toneel. Hij acteerde, regisseerde en schreef zelf veel toneel. Ik ben dus eigenlijk van jongsaf geconfronteerd geweest met het feit dat er zoiets bestond als schrijven. Dat schrijven een passie kon zijn – als mijn vader zweefvliegen als hobby had gekozen, is de kans reëel dat ik de voorbije twintig jaar in de lucht zou hebben doorgebracht. 🙂 Waarmee ik bedoel dat mensen veel te vaak onderschatten hoe groot de impact is op een jong kind (de eerste drie levensjaren, zeg maar) van de voorbeelden die het van zijn of haar ouders ziet in die eerste periode. Steeds meer wetenschappelijke studies wijzen trouwens ook in die richting.
De liefde voor verhalen zit denk ik bij veel mensen in de genen, als het ware. Verhalen vertellen zou wel eens een van de oudste menselijke kunstvormen kunnen zijn, samen met tekenen/schilderen. De menselijke soort heeft het altijd al gedaan. En zal het blijven doen, zonder twijfel. We zijn nooit helemaal los geraakt, denk ik, van het verlangen naar het clichébeeld van ‘rond een vuur zitten, met een goed glas, en luisteren naar goed vertelde, spannende verhalen.’
Wat is voor jou persoonlijk het mooiste verhaal dat je ooit gelezen of gehoord hebt?
Zoals je weet vind ik het zo goed als onmogelijk om hét mooiste verhaal te kiezen. Bovendien zit je dan ook nog eens met de invulling van het begrip ‘mooi’: hebben we het hier over spannend, ontroerend, knap geschreven…
Er zijn wel twee soorten ‘effecten’ van een boek op lezers die ik altijd heel ‘straf’ heb gevonden: boeken die mensen kunnen doen huilen, en boeken die mensen kunnen doen lachen. Om met niets anders dan ‘vlekjes inkt op een vel papier’ zo’n krachtige emotie op te wekken, moet je als schrijver echt wel stevig in je schoenen staan.
Een van de sterkste boeken in de eerste categorie heb ik altijd ‘Pit-tah, de grijze wolf’ van Jack London gevonden. Ongelooflijk mooi, en een scène waar ik tranen met tuiten gehuild heb(!) toen ik ze las – een gedomesticeerde wolf die na lange tijd zijn baasje terug ziet. Op een manier beschreven die je de rillingen over de rug doet lopen.
Een van de boeken (verhalen) waar ik het hardst mee gelachen heb, was ‘Inconceivable’ van Ben Elton, vooral omwille van de schrijfstijl én de herkenbaarheid van de gebeurtenissen.
Inmiddels heb jij al veel verhalen op je naam staan. Is er ook nog een verhaal, dat je ooit wilt schrijven, maar wat nu nog op de achtergrond in je gedachten aanwezig is?
Weer zo’n vraag waar een mens even over moet nadenken. 🙂
Eigenlijk wel, ja. De geschiedenis van mijn grootouders en ouders is een nogal woelige, en ik speel al heel lang met het idee om ik daar ooit iets mee te doen. Er zitten zelfs een aantal elementen in die kunnen gebruikt worden in een thriller, zoals conflicten met een financiële en zelfs religieuze achtergrond, standenverschillen enzovoort… Tegelijk zit je natuurlijk altijd met de vraag of zoiets een lezer wel interesseert. Het persoonlijke aspect en het feit dat het ‘echt gebeurd’ is, spelen voor de meeste lezers immers weinig of geen rol. Dus moet je gaan ‘versterken’, waardoor fictie dan weer een groter aandeel krijgt, en je toch een beetje van de originele bedoeling afwijkt. Als je dat allemaal optelt, zal je wel bij de reden komen waarom het nog niet geschreven is.
Overigens, De Laatste Reis is een heel biografisch geïnspireerd boek, hoewel het zich in Londen en het begin van de 2Oste eeuw afspeelt.
Wat bijzonder! Over De Laatste Reis, welke aspecten daarvan waren precies biografisch of verklap je dat liever niet?
Grote delen van de voorgeschiedenis van beide hoofdpersonages zijn gebaseerd op feiten. Ik publiceer daarover echter liever geen details. (Maar het is een vraag die ik wel beantwoord als ze op een ‘lezing/gesprek’ gesteld wordt, en dat is ook al enkele keren gebeurd).
Het basisprincipe is eigenlijk eenvoudig: als je over iets wil schrijven dat ‘persoonlijk, extreem pijnlijk en emotioneel’ is, dan moet je afstand creëren om het voor de lezer behapbaar te maken. Ik heb gewoon alles honderd jaar terug in de tijd gesitueerd, en dan ook nog eens in een ander land. Dit dwong me om heel veel research te doen, en heel veel elementen effectief anders te vertellen, zonder aan de emoties en eigenlijke fundamentele achtergronden te raken. Het schrijven zelf heeft mij in elk geval wel geholpen.
Ben je bezig met een volgend boek en zo ja, kun je dan een tipje van de sluier geven?
Ik ben inderdaad volop bezig aan een nieuw boek. Zit ongeveer op 75% van de eerste ruwe versie. Ik probeer daarover trouwens een soort dagboek/weekboek bij te houden op m’n Facebookpagina – zonder in inhoudelijke details te treden.
Een tipje van de sluier is echter een andere zaak. Daarvoor is het echt nog een beetje te vroeg. Alleen dit misschien: de context waarin de thriller gesitueerd wordt, is een ogenschijnlijk minder spectaculair deel van het dagelijks leven, iets waarmee we allemaal te maken krijgen, iets dat op zich niks bijzonders is – denken we – maar waarvan de impact op ons leven gigantisch groot is. Veel groter dan we zelf denken in elk geval.
Een beetje pluggen/teasen kan geen kwaad. 🙂
Klinkt spannend en interessant! Ik heb nog een prangende vraag van enkele van je lezers: komt er een vervolg op Getuigen?
Ik zal je daar een heel eerlijk antwoord op geven: ik heb daar nog nooit eerder zelfs maar aan gedacht, laat staan over nagedacht. Daardoor moet mijn spontane reactie nu per definitie eigenlijk ‘neen’ zijn. Aan de andere kant: als ik er nooit over heb nagedacht, is ‘neen’ net zoveel waard als ‘ja’. Om maar te zeggen dat ik het na deze vraag ineens niet meer weet.
Natuurlijk is het wel een intrigerend idee. Eigenlijk zou ik wel eens willen weten wat deze lezers te weten willen komen via zo’n vervolg. Wat ze van welke personages uit Getuigen willen weten, welke toekomst ze willen kennen.
Om maar te zeggen dat je me nu wel met een creaworm hebt opgezadeld.
Leuk om te horen! Ik weet zeker dat de lezers daar bij je op terug zullen komen. Over vervolgen gesproken? Is er een personage uit één van je boeken waar je nog steeds nieuwsgierig naar bent en waarvan je wilt weten hoe diens leven verlopen is?
Als er al zo’n personages zijn, dan komen ze in elk geval uit Getuigen en 2017, denk ik. De manier waarop Moord en Vrienden eindigen, maakt beide verhalen nu eenmaal relatief hermetisch gesloten.
Zowel het hoofdpersonage uit Getuigen als dat uit 2017 komen als redelijk zwaar beschadigde mensen uit het verhaal tevoorschijn. Of het een uiterlijke kwetsuur is die geneest, of een innerlijke die blijft woekeren, en hoe ze daar mee omgaan, zijn vragen die uiteraard onbeantwoord blijven. Het zijn allebei redelijk grote koppigaards, die zich ogenschijnlijk hebben neergelegd bij de onvermijdelijkheid der dingen.
Het belangrijkste woordje in die zin is natuurlijk ‘ogenschijnlijk’. Is dat zo, of lijkt dat alleen maar zo? Want koppigaards kennende…
Ik heb echter momenteel geen brandende behoefte om uit te zoeken hoe hun leven verder verloopt. Zeg alleen nooit ‘nooit’, natuurlijk.
Nog even over personages gesproken: we hebben het gehad over het mooiste verhaal, maar is er een personage in verhalenland dat je altijd is bijgebleven en die je enorm geraakt heeft?
Een hele moeilijke. Hiervoor zou ik eigenlijk een aantal dagen te tijd moeten kunnen nemen om min of meer te overlopen wie er allemaal een kandidaat of kandidate zou kunnen zijn, en die tijd heb ik jammer genoeg niet. Dat is nu eenmaal zo als je aan een eerste versie van een nieuw boek werkt.
Een personage dat me wel zo meteen te binnen schiet is echter Trafford Sewell, het hoofdpersonage uit Blind Faith van Ben Elton. Ik vind dit nog altijd een van de gruwelijkste verhalen die ik ooit heb gelezen – en met gruwelijk bedoel ik niet horror of een bloedlawine, maar de gruwel van de toekomst, en wat die in petto houdt voor de mens, als die bezig blijft zoals nu. Ik vermoed dat ik niet alleen intens met die man meeleefde omwille van de fantastische schrijfstijl van de auteur, maar ook omdat waar die man voor staat mij heel nauw aan het hart lag. Een boek waar ik enkele dagen helemaal door van de kaart was, en dat ik nog altijd in mij voel zitten.
Ik heb het wel in het Engels gelezen, want in zoverre ik weet is het nooit vertaald. Jammer.
Ik kan mij voorstellen dat je als auteur hoopt dat een bepaald aspect van je verhaal de lezers bijblijft. Welke aspect van jouw verhalen hoop je dat de lezers nooit meer vergeten?
Dit lijkt me een vraag waar de meeste schrijvers niet zo mee bezig zijn, eerlijk gezegd. Ik in elk geval toch niet. Ik hoop in de eerste plaats altijd dat mensen een fijne leeservaring hebben bij het lezen van een van mijn boeken. Ik besteed dan ook enorm veel tijd om ervoor te zorgen dat een boek bijvoorbeeld vlot leest. De stelling van sommigen dat alleen ‘moeilijke’ teksten inhoudelijk de moeite waard zijn, is aan mij echt niet besteed. Integendeel: ik vind het fijn om haast ‘ongezien’ bepaalde elementen, een extra dimensie misschien, als het ware de tekst binnen te smokkelen.
Waarom smokkelen? Omdat ik niet zo hou van prekerige toestanden, waarbij de ‘boodschap’ je met het nodige geweld de strot wordt in geramd. Natuurlijk hoop je wel dat lezers die andere dimensie oppikken, maar het is zeker geen vereiste of zo. Ik ben ook helemaal niet gefrustreerd als blijkt dat een lezer deze dimensie niet oppikt.
Als er al één aspect is waarvan ik het fijn zou vinden als mensen het zouden meenemen, is het het gegeven dat ook doordeweekse personages spannende dingen kunnen meemaken. Dat je daar echt geen ‘cliché-held’ voor nodig hebt. Dat gewone mensen bovendien vaak in ellendige situaties terechtkomen nàdat en/of òmdat ze zich als een ‘mens van goede wil’ hebben opgesteld. Martin in Getuigen wil met zijn geweten in het reine komen, hoewel hij niet veel meer gedaan heeft dan gevlucht toen hij in gevaar verkeerde. Niet echt een kwaadaardig halsmisdrijf. Michel in 2017 wil gewoon weten wat er met zijn vader is gebeurd. Hij is alleen te koppig om het los te laten als hij dingen begint op te spitten die het daglicht niet mogen zien.
Het zou kunnen dat net dat aspect een aantal lezers aanspreekt: het herkenbare van het gevaar dat een mens loopt als hij probeert te doen wat hij goed en correct vindt. We leven soms in een wereld waarin egoïsme en egocentrisme via de media haast worden opgedrongen als levensnoodzakelijke eigenschappen. Sommige (vooral Amerikaanse, maar niet alleen die) tv-reeksen lijken die twee zelfs te promoten als zijnde uitermate positieve eigenschappen. De fundamentele onrechtvaardigheid daarvan stoort mij nog steeds – en ik geloof dat ik daarmee niet alleen ben.
Aan het begrip samenleven wordt tegenwoordig alleen nog lippendienst bewezen. Voorbeelden zie je nog erg zelden.
Helaas alweer de laatste vraag: Wat hoop je in de toekomst nog te bereiken?
Ik ben eerlijk gezegd niet zo’n toekomstkijker. Ik hoop nog enkele boeken te kunnen schrijven, met verhalen die mensen graag lezen, en waar ze achteraf dan toch ook even over nadenken… Er zit ook nog minstens een nieuw toneelstuk te wachten, en er komt hoogstwaarschijnlijk ook nog een regie van een toneelstuk aan, en laten we hopen dat er ook nog tijd overblijft om een paar nieuwe liedjes te schrijven.
Zoals de grote Toon het al zong: ach, er is zoveel.
Als ik één grote wens heb, dan misschien wel deze: dat ik gezond genoeg mag blijven, zodat ik dingen kan blijven maken. Ik creëer nu eenmaal graag. Het is niet altijd eenvoudig, maar het gevoel dat je overhoudt nadat je iets gecreëerd hébt, vind ik fantastisch.
Just my two cents.
Meer weten over Rudy? Surf dan naar: http://www.rudysoetewey.be/index.html

Geschreven door

Contact Info

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.